Info Panel
You are here:   Home  /  Penningen  /  1637: Inname Breda door Frederik Hendrik
  • 1637_back
  • 1637_front

1637: Inname Breda door Frederik Hendrik

Het beleg van Breda werd ingeleid met een schijnbeweging. Prins Frederik Hendrik, de jongere halfbroer van de in 1625 overleden Maurits, trok met zijn leger zuidwaarts op een wijze waardoor de vijand dacht dat hij naar Oostende of Brugge ging. De vijand trok zijn troepen samen om de ‘stedendwinger’ een warm onthaal te bereiden. Maar Breda was het doel. Die stad was behalve een belangrijk onderdeel van de erfdomeinen van de Oranjes ook een buitengewoon strategische vesting. Zeeland was ontdaan van Spanjaarden, in 1629 was ’s Hertogenbosch na een spectaculair beleg veroverd maar Breda was Spaans gebleven en vormde daarmee een geopende poort in de verder gesloten zuidgrens. Al een halve eeuw hadden de Nederlandse opstandelingen het over ‘het sluiten van de tuin’, met ‘tuin’ in de zestiende-eeuwse betekenis van schutting, omheining. Breda was een van de laatst overgebleven gaten in de tuin, na een beleg van bijna twee maanden werd die eindelijk gesloten.

De linker zijde van de penning  vertelt het verhaal van hoe deze belangrijke stad dikwijls van hand tot hand ging. In het oog springt de schuit onder de brug, een verwijzing naar het turfschip van bijna een halve eeuw eerder. Na deze verovering door Maurits was Breda weer in Spaanse handen gekomen door een uitputtend beleg, waarin Ambrogio Spinola de bevolking in 1625 had uitgehongerd. De Bredase stedenmaagd op de voorgrond ondergaat dit lot: ‘honger’ in de persoon van een razende vrouw vliegt haar naar de keel. De geharnaste arm uit het wolkendek is van Frederik Hendrik, het zwaard dat hij vasthoudt is de legermacht waarmee hij de stad overmeesterde, het tetragram maakt duidelijk dat Gods zegen op de onderneming heeft gerust.

Dit alles bondig verwoord in het randschrift: ‘ANTE FAME, AUT ASTU, VI MODO FACTA VIA EST, Voorheen de weg van hongersnood of list, maar thans werd de weg door geweld gebaand. In een klein kadertje vlak onder het turfschip het signatuur van de maker van de penning, dat in Nederlandse vertaling leest: Door J.Looff met voorrecht in Middelburg gemaakt.

De rechterzijde van de penning is vrijwel geheel ingeruimd voor een tekst, omlijst met wijnranken. De vertaling van de Latijnse tekst: Aan de zeer goede en grote God toegewijd. De gewapende rechterhand van Zijne Hoogheid Frederik Hendrik, prins van Oranje, is alle oorlogsgevaren te boven gekomen en heeft onder het gezag van de Hoogmogende Vaderen van het eendrachtige Nederland de stad Breda, vermaard vanwege het verbond van de Nederlanders tegen de wrede koning, daarna nog vermaarder dankzij de geslaagde list van het turfschip, en vervolgens wereldberoemd door het uithongerende beleg van de markgraaf Spinola, tenslotte door openlijk geweld hersteld aan het verenigde vaderland en zijn eigen geslacht op 10 oktober 1639.

De eer voor de prins is opvallend, maar de prominente rol van de ‘Hoogmogende vaderen’, de Staten-Generaal, niet minder. Frederik Hendrik mocht dan roem vergaren, hij was en bleef de dienaar van de burgerlijke regeerders. Dat wordt nog eens bevestigd door de vier letters onderaan de tekst: S.P.Q.R., afkorting van: ‘Senatus Populus Que Foederati Belgii’, De raad en het volk van het verenigd Nederland.

  1637  /  Penningen  /  Last Updated november 19, 2018 by Ruurt Hazewinkel  /